header 2018 def

Veel mensen hebben de afgelopen anderhalve week al gezien waarom ik een tijdje stil was op Facebook, de website en andere media. Niet helemaal onverwacht, maar toch sneller dan we konden voorzien, werd mijn 88-jarige dementerende moeder ziek en overleed 5 dagen later. Wat moet je zeggen van zo'n week, waarin álles op de kop wordt gezet? Blijkbaar een heleboel, want het gewone werk dat ik vanmorgen probeerde op te pakken, is me totaal wereldvreemd nu. Ik heb echt een half uur dom zitten kijken naar facturen, rekeningafschriften en kon maar niet bedenken hoe ik er nu achter kwam of een rekening via iDeal nu wel of niet betaald was en al op een afschrift stond. Ik heb het maar weggelegd voor een andere keer. Tijd voor een blog dus.

 

"Wees" worden is iets waar we allemaal een keer aan moeten geloven. Mijn vader overleed al ruim 22 jaar geleden en als kinderen namen we toen veel praktische zaken van hem over, al dan niet tijdelijk, zodat mijn moeder zo zelfstandig mogelijk kon blijven wonen. In het laatste anderhalf jaar, waarin haar gedachten en woorden alsmaar verwarder werden, merkten we dat zorgen mét haar steeds meer veranderde in zorgen vóór haar. Omgedraaide rollen, waar we onze plek in moesten vinden. Roosters waarin we afspraken wie wanneer bij haar zou zijn en wat zou doen. Het klinkt zakelijk, maar met vier gezinnen, werk en eigen beslommeringen moet er nu eenmaal wel iets goed vastgelegd worden. Gelukkig heb ik drie broers, schoonzussen, en een uitgebreide familie, zodat de zorg en aandacht goed verdeeld kon worden. In de weekenden waren we om beurten bij haar, door de week zoals het uitkwam of nodig was, geholpen door neven en nichten, vrienden en oude buren die hun tante of vriendin kwamen ophalen voor een rondje over de markt, een terrasje, een kop koffie in de zon, of die haar haren, nagels en andere belangrijke uiterlijkheden verzorgden. Een ongelofelijk waardevol netwerk, waar ons gezin ook in die laatste week met mam van mocht genieten: er werd voor ons gezorgd, zoals wij voor mam zorgden.

 

Na haar verhuizing in mei vorig jaar naar het zorgcentrum en in maart van dit jaar een interne verhuizing naar de gesloten afdeling, hebben we al letterlijk afstand genomen van ons ouderlijk huis en van héél veel spullen die al sinds onze vroegste jeugd bekend waren. Alleen het meest belangrijke en mooie werd meegenomen. Dat maakte dat haar nieuwe stekjes gek genoeg toch meteen heel vertrouwd aanvoelden, er ging veel sfeer mee van het oude huis uit de jaren '50 naar de nieuwe frisse appartementen. Maar toch...

 

Gisteren hebben we haar appartement opgeruimd en leeggemaakt voor de volgende bewoner. Met z'n vieren werkten we ons in een uur of drie door alle kasten en laden heen, vulden dozen en zakken met spullen voor de kringloop, voor de kliko, voor ieder van ons, voor kleinkinderen, de overige bewoners van de afdeling en voor "nog te beslissen bij de volgende familieborrel". Tijdens die drie uur voelde ik me net een knipperlicht: ik veranderde van dochter in professional organizer en weer terug. Bij veel zaken was het direct duidelijk: kliko, doneren of meenemen. Soms viste ik als dochter toch nog iets uit de doneer-doos en stopte dat in mijn eigen verhuisdoos. Van foto's en papieren werd nog geen afstand gedaan, maar vrijwel alle kleding ging rechtstreeks de zakken voor de kledingbank in. De organizer in mij had daar geen moeite mee: mijn moeder had een kabouter-maatje en zulke (hoewel mooie of soms nog nieuwe) oude-dames-kleding was voor niemand in de familie nog gewenst of nodig. Maar de dochter in mij schoot vol toen ik mijn moeders pluizige roze angora baret vond, die ik in de afgelopen jaren zo vaak op haar hoofd heb gezet als we met koud weer naar buiten gingen. Ik heb er een tijd mee in mijn handen gestaan en aan geroken. De geur van haarlak en parfum hing er nog aan. Nee, ik ga hem niet zelf dragen. Mijn haar is wel heel grijs aan het worden, maar ik ben toch nog altijd zo'n 40 jaar jonger dan mijn moeder was, en met zo'n oude "mutsen-muts" ga ik de straat niet op. Maar wegdoen? Nu nog niet. Wie weet nooit, maar misschien ook wel over een paar weken of maanden, dat zie ik wel.

 

In het boekje "Hoe ik het huis van mijn ouders heb leeggeruimd" schrijft de Franse psychiater Lydia Flem gedetailleerd over haar wisselende gevoelens bij het opruimen van het ouderlijk huis. Hoewel het technisch gesproken bij ons niet meer ging om "ouderlijk huis", begreep ik nú pas ten volle wat ze bedoelde. Bij het eerste keer opruimen, bij mijn moeder verhuizing naar het eerste appartement in het zorgcentrum, na 62 jaar in haar huis gewoond te hebben, verlieten we het "ouderlijk huis" wel, maar mijn moeder was er nog, en heel veel spullen ook. Onze wortels werden verplaatst, niet doorgesneden. Bij de tweede verhuizing, waar ik overigens niet bij was omdat ik in Londen zat, gingen er nóg meer spullen weg. Ik was er niet bij, heb ook geen hartzeer van dingen die ik niet meer heb teruggezien. Maar het was wél al een ander soort verhuizing. Een definitief laatste verhuizing: na de gesloten afdeling zou er geen nieuwe plek meer zijn voor mijn moeder, behalve naast mijn vader op het kerkhof. Dat maakte het tóch weer anders.

 

En de dag van gisteren, het opruimen van die laatste woning, ging héél snel. We hebben gelachen om dingen die we nog tegenkwamen, om een broer die met een gekke hoed van mijn moeder op zijn hoofd aan het werk was, vertederd "ach" gezegd bij de vondst van al haar dagboeken en oude brieven, en verder vooral snel en praktisch gewerkt. Maar het gekke is: we zijn niet meer zozeer dochter en zonen, maar erfgenamen. De spullen zijn niet meer van mijn moeder, maar van ons. Wíj nemen mee naar huis, wíj bepalen wat weggegeven wordt, wat weggegooid wordt en wat we willen houden. En ondanks dat ik de afgelopen jaren heel veel spullen mijn eigen huis heb uitgedaan, zijn er nu toch stiekem weer twee volle dozen en een tafeltje mee terug gekomen. De quilts die ik voor mijn moeder maakte, vinden hun plek tussen de andere quilts in de kast of op de bedden. En in al die andere spullen maak ik de komende maanden weer keuzes, maar alles op zijn tijd. Kiezen tussen "eigen spullen" en "geërfde spullen" zal ook voor mij lastig zijn soms.

 

Het waren dus elf zware, maar ook mooie dagen, waarin ik met mijn broers heb gewaakt, geregeld, gezorgd, gehuild en gelachen. We hebben een mooi afscheid geregeld in de kerk, met veel eigen inbreng, véél gasten, en na afloop een warme sfeer met familie en vrienden. Aan het einde van de dag zijn we als kinderen, kleinkinderen en aanhang gaan eten in mijn moeders favoriete restaurant aan de Maas, waar ze zo vaak in de weekenden met ons heen ging voor een kop koffie met een lekker stuk taart. Het was een bijna feestelijke en dankbare afsluiting van de dag en haar leven.

 

Binnenkort heb ik een bruiloft. Mijn hoofd staat er nog niet helemaal naar, maar het is ook fijn om weer te gaan genieten van andere dingen. En op die bruiloft ga ik de mooiste ketting van mijn moeder dragen. Want erfstukken zijn dan wel emotioneel beladen: je moet ze ook willen dragen en gebruiken, en niet alleen maar opslaan in je huis "voor de heb". Voor die ketting ben ik niet bang, die heeft nu zijn plek al gevonden.

Reacties   

#2 Agnes vdB 24-06-2015 12:21
Gecondoleerd.
Mooi verhaal!
Citeer
#1 Marion 20-06-2015 10:09
Wat een mooi en roerend verhaal Hilde! Herkenning geldt hier niet, ik ben in de luxe positie dat mijn ouders nog leven en zelfs in redelijk goede gezondheid zijn. Toch raakt je verhaal me. Ik ben zo blij voor jou en je familie dat het jullie is gelukt de zorg en uiteindelijk ook het afscheid nemen, inclusief opruimen, samen in harmonie te doen. Dat moet voor je moeder ook fijn zijn geweest.
Citeer

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen