header 2018 def

Ik zit met grote stapels boeken om me heen op mijn werkkamer. Ze komen uit een doos op zolder, waar we ze bij gebrek aan boekenkastruimte hadden ingestopt. En ik kan nog zoveel professional organizer zijn als ik wil, dat betekent niet dat ik nooit moeite heb met besluiten nemen. Misschien als ik er hier eens over schrijf, dat ik dan ga snappen waarom ik bepaalde boeken elke keer van de stapel “misschien” naar “blijven” doe en dan uiteindelijk bij "weg” leg. Gaat het me echt om het boek? Of wil ik ook bepaalde herinneringen vasthouden?

 

Wipneus en Pim. Ik heb er drie. Wipneus, Pim en Bonkeltje, W,P en de gestolen kroon en W,P helpen dokter Knippeling. Met karakters als Tuut en Sjerrebom, prinsje Oswaldo, Stoppel en tante Fro en hun plakpistolen, de tovenaar Barondo en nog veel meer maffe namen niet echt schokkende literatuur. Mijn kinderen vonden er niets aan. Voor mij is het eigenlijk alleen een link naar mijn eigen kindertijd. Ik zou ze zeker niet meer gaan voorlezen als ik in de verre toekomst ooit kleinkinderen zou krijgen. Dus: dienen de boekjes nog een doel? Zou ik ze opnieuw kopen? Zou ik ze nog in willen pakken als we gaan verhuizen? Passen ze in mijn gewenste minimalistische leefstijl? Eh…nee. Nee. Nee en nee. Mijn jongste broer, die ik net aan de telefoon had, wilde ze wel hebben, hij vindt spullen uit de jaren '50 en '60 geweldig. Ik stop de boekjes gauw in een envelop en gooi ze straks op de post.

 

Een hele stapel boeken heb ik in digitale vorm van een van mijn schoonzusjes gekregen. Ik hecht óf niet aan de papieren boeken, of niet aan de inhoud, dus dat is een no-brainer. Weg met Oprah Winfrey, Nevil Shute, Patricia Cornwell, Khaled Hosseini en Cissy van Marxveldt.

 

De kreet van de Clauwaert is weer een lastiger keuze. Ik kreeg hem als troost van mijn oudste broer Peter, toen ik als kind van een jaar of 8 met mijn vinger tussen de scharnierende kant van de voordeur was gekomen. Mijn vinger was bont en blauw, de nagel lag er half af en het deed vast gruwelijk pijn. Dat weet ik niet meer. Wel dat mijn broer, toen 20, uit het dorp terug kwam met een historisch boek over de middeleeuwen in Vlaanderen. Amijn van Voormezeele, Harald en Aleid, messire Danbray en ser De Cloecke spelen belangrijke rollen, maar het verhaal is niet bar interessant meer. Ook hier geen interesse van de kinderen, en vier maal nee op de vragen van hierboven. Het stickertje van boekhandel Schoth uit Boxmeer peuter ik los en plak het in een dagboekje. Het boek gaat op de weggeefstapel.

 

Van mijn man kreeg ik ooit een vertaling van De Koran, van Kader Abdolah. Hoewel ik andere boeken van Abdolah met plezier las, kom ik hier niet doorheen. Ik lees ook de bijbel niet voor mijn lol, dus ik hoop dat ik er iemand anders blij mee maak via de weggeefstapel. Ondertussen dat ik dit stukje tik, zit mijn man op zijn hurken “zijn” twee stapels boeken uit die doos uit te zoeken. Er gaat minder weg dan bij mij, maar elk boek is meegenomen. Toch nóg 12 boeken extra weg, boven de 24 die ik zelf al had gesorteerd. Fijn, weer een stap gezet!

 

Er is één boekje blijven liggen, met letterlijk en figuurlijk veel verhalen. Het is een in bruin kaftpapier gestoken schoolboekje uit 1958. Mijn achterneef (en goede vriend) Dick en ik vonden het ooit in de wachtruimte van de muziekschool, in afwachting van onze les bij juffrouw Wijnen. Je kwam bij de muziekschool door onder een oude garagepoort door te lopen. Links was de opslagruimte van “over de datum” spullen van de Korenbloem, de natuurvoedingszaak aan de overkant. Daar hebben we nog wel eens bedorven kwark gepakt en die achter de autobanden van geparkeerde auto’s gezet. Bij het wegrijden smeerden ze de stoep vol stinkende smurrie. Rechts was een overwoekerd stukje “tuin” waar we ooit een tegel met een dikke metalen ring vonden. We waren meteen overtuigd dat er een geheime gang onder lag, of op zijn minst een goudschat. Dagen zijn we bezig geweest om die tegel los te wroeten en uit te graven, elke dag na afloop alles weer bedekkend, zodat niemand anders onze schat zou stelen. Het bleek een putje voor het riool te zijn. Jammer. Goed, terug naar het boekje: het is een zoetig, érg katholiek schoolboekje, met verhalen over brave jongens die naar het seminarie gingen en snel heilig werden, over martelaren en onschuldige historische vrolijke verhalen en erg suffe gedichten. Een tijd lang ging het boekje tussen ons op en neer. De afgelopen 35 jaar ligt het al bij mij, het brengt leuke herinneringen terug, maar die heb ik ook wel zónder het boekje. Dick wordt over 2 weken 50. Een feit waar hij volgens mij niet erg blij mee is. Ik ga het boekje inpakken en aan hem geven. Hij is dan fysiek misschien wel 50, maar voor mij blijft hij altijd de mede-inbreker uit de jaren 70, mijn pianoles-maatje en voor altijd goede vriend. Hij mag het me terug geven als we 75 worden. Proost!

wipneus pim bonkeltje

Reacties   

#1 frieda habets 17-01-2016 12:44
Ik werk als vrijwilligster bij de afdeling boeken van de kringloopwinkel . Ben vroeger bibliothecaress e geweest en weet dus wat erbij komt kijken als je boeken moet opruimen. Tot mijn scheiding waren de boeken een beetje mijn kinderen. Nu kan ik beter loslaten en zie hoeveel mensen met plezier de opgeruimde boeken kopen! Ook handelaren natuurlijk. Wat je zelf altijd belangrijk vond, hoeft een ander vaak helemaal niet belangrijk te vinden; mijn kinderen hebben meesstal ook geen belang bij de boeken die ik hen aanbied.
Citeer

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen