header 2018 def

Geschreven als gastblog voor Laura Peeters van http://www.cursoropjehart.nl/2013/12/dag-4-loslaten-weggeven-weg-gooien/

 

Als kleutertje van net drie kreeg ik van Sinterklaas een zelfgemaakt, groengeschilderd houten poppenwagentje. Het had Sint, in de persoon van mijn vader, vast heel wat zweetdruppels gekost. Er zat een rood-wit geruit hemeltje bij, een matrasje met een wit geborduurd lakentje en een geruit dekentje met een kantje, gemaakt door de Sint zijn vrouw. Ik heb er jaren mee gespeeld en ontelbare poppen en knuffels in rondgereden.

 Welk speelgoed ik ook wegdeed in de jaren erna, het poppenwagentje bleef. Ik hoopte dat als ik kinderen zou krijgen, zij er ook mee zouden willen spelen. Een prachtige goudomrande roze droom. Maar hij kwam niet uit.

 Ons oudste kind is een jongen. Spelen met een poppenwagentje? Echt niet! Onze dochter bleek van het stoere bomenklimmende soort te zijn. Toen ze drie was, zei ze al dat ik haar pratende baby-poppen (gekregen van een goedbedoelende oma) maar moest verkopen want “ik vind er niks aan”.  Die nuchtere houding heeft ze nog steeds ten aanzien van speelgoed dat haar niet (meer) boeit. En tja, daar zit je dan, met je stukgeprikte droom van eigen speelgoed opnieuw gebruikt zien worden en je gevoel voor nostalgie en traditie.

 Maar…de poppenwagen bleef. Hij was tenslotte gemaakt door mijn vader, en die is al 20 jaar geleden overleden. Dat bleek heel lang een sterk argument om het wagentje te bewaren. Hij zou immers nooit meer nieuw speelgoed voor mij of mijn kinderen kunnen maken. Maar toen ik er eens écht over na ging denken waarom ik niet kon scheiden van dat poppenwagentje, gebeurde er iets wonderlijks. Ik werd als het ware mijn eigen professional organizer, met de bijbehorende lastige vragen die ik mijn klanten ook altijd stel.

 Ik ging nadenken over de relatie die ik heb met sommige spullen en over de emotionele band die soms terecht is, en soms “vals”. Mijn conclusie? De poppenwagen had zijn doel lang geleden al uitgediend. Mijn kinderen wilden er niet mee spelen. Eigenlijk was het wagentje ook te beschadigd en gesplinterd en wilde ik dat gewoon nog niet zien. De mot zat in de gordijntjes en het beddengoed. Het beeld van het poppenwagentje zat zo vastgebrand op mijn netvlies, dat ik het échte wagentje eigenlijk niet meer nodig had om aan mijn jeugd of mijn vader te denken. Tsja. Opknappen dan maar in de hoop op een kleinkind? Wilde ik echt nog minstens 10, 15, 20 jaar dat wagentje op zolder van links naar rechts schuiven?

 Ik geef onmiddellijk toe, dat ik aan geschiedvervalsing ben gaan doen, toen ik eenmaal zo ver was met mijn gedachten. Mijn dochter, die zo’n hekel had en heeft aan alles wat pop heet, werd toch achter de poppenwagen gezet. Ik heb een hele serie foto’s gemaakt. Met kind, zonder kind, en met alle details die ik kon bedenken. Wieltjes, gordijnstang waar het hemeltje aan hing, de dubbele latjes als handvat, het paarse gaatjesbord als bodem, alles staat op de gevoelige plaat.

 En toen?

 Ik heb het poppenwagentje laten gaan. Het was iets uit míjn verleden, maar het had geen doel meer voor de toekomst van mijn eigen gezin. Het poppenwagentje ging niet naar de kringloop of een goed doel. Zoals ik al zei: het was niet goed genoeg meer om nog mee te spelen. Diep in mijn hart wilde ik ook niet dat er nog mee gespeeld zou worden door vreemden. Begrijp je dat?

 Het is een beetje laf, maar ik heb mijn man gevraagd het wagentje te slopen. Het paste niet in een keer in de kliko, en slopen, dát was voor mij nog een brug te ver. Ik wilde alleen maar een groen geschilderd houten wieltje houden. Dat zit dus in de doos met mijn sentimentalia als tastbare herinnering.

 Ik heb er geen seconde spijt van gehad dat ik dit besluit heb genomen. Juist omdat ik er zo bewust over heb nagedacht en afscheid heb genomen, gaf het ontzettend veel ruimte in mijn hoofd en in huis. Het heeft het loslaten van andere dingen ook gemakkelijker gemaakt.

 Het was heel bijzonder om zelf te ervaren waar mijn klanten dagelijks mee worstelen. Ze hebben vaak teveel spullen, zijn niet gelukkig met hun leven in overvloed, maar kunnen toch moeilijk afstand doen, om economische of emotionele redenen. Het was goed om mezelf die moeilijke vragen te stellen en nog antwoord te moeten geven ook. Houd ik er nog van? Vind ik het nog mooi? Is het veilig? Gebruik ik het wel? Heeft dit voorwerp nog waarde voor mijn toekomst? Maakt het mijn leven gemakkelijker? Heb ik het nodig om me bepaalde mensen of gebeurtenissen te herinneren? Is het feit dat ik het vroeger zo belangrijk vond voldoende reden om het mee te slepen naar mijn toekomst? Kan ik er iemand anders blij mee maken? En een heel lastige: bezit ik mijn spullen? Of word/ben ik bezeten door mijn spullen? Hoeveel invloed mogen mijn spullen nog hebben op mijn doen en laten?

Ik ben dankbaar dat ik zelf nog af en toe tegen deze vragen aanloop. Het helpt mij om mijn klanten met meer begrip voor hun worsteling te helpen om spullen en gedachten los te laten. Een van mijn klanten vertelde me afgelopen jaar, dat ze juist rijker was geworden nu ze minder had. Ze had meer tijd voor de mensen en echt belangrijke zaken in haar leven, nu ze zich minder druk hoefde maken om de overvloed aan spullen in haar huis. Die dag had voor mij een gouden randje!

Fijne Sinterklaasavond gewenst!

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen